Sunday, 17 February 2008

Voorwoord

Tijdens het laatste weekend van september in 2006, het weekend van de A1GP op Zandvoort, kwamen Frank & Jeanet met het mooie idee om een rondreis te gaan maken door Afrika. Jeanet heeft het toen op zich genomen om het een en ander uit te gaan zoeken. We waren het er over eens dat we niet in een grote touringcar door de Serengeti gereden wilden worden, maar dat we met een klein, select gezelschap deze wilden gaan doen.

Nadat er een paar maanden overheen waren gegaan, kwam Jeanet medio januari met een voorstel op de proppen; via internet had ze het bedrijf Privé-safari ontdekt. Dit bedrijf wordt gerund door het echtpaar De Bats en is gespecialiseerd in het organiseren van rondreizen door Kenya en Tanzania. Wat vooral mooi is aan Privé-safari is het feit dat zij niet met een grote organisatie werken maar met een klein bedrijfje uit Tanzania, Mataro safari’s, en dat de reis volledig op maat gemaakt kan worden. Uiteraard komen ze zelf met ideeën en suggesties, zij kennen het land immers veel beter dan ons, maar in principe zouden we zelf helemaal onze reis samen kunnen stellen.

Na lang wikken en wegen, we hadden immers net een rondreis door Canada gemaakt en waren eigenlijk van plan om gewoon weer eens lekker met ons tentje te gaan kamperen ergens in Europa, besloten we om mee te gaan. Er zijn nog genoeg plekjes in Europa die we nog niet gezien hebben en die waarschijnlijk ook wel erg mooi zijn en er volgend jaar ook nog wel zullen zijn. Uiteindelijk hebben we toch maar besloten om de reis te gaan doen, mede ook doordat Jeanet & Frank eigenlijk niet nog een jaar wilden wachten.

In het Havenziekenhuis Rotterdam, een specialist als het gaat om inentingen tegen allerlei ziektes die je op zou kunnen lopen in oa de tropen, bleek echter dat het Jeanet sterk werd afgeraden naar dit gebied af te reizen; Jeanet bleek zwanger te zijn! Dat was dus ook de reden voor Jeanet en Frank om niet nog een jaar te wachten.

Er zijn meerdere soorten Malaria, waarvan de meest agressieve en gevaarlijke soort: de malaria tropica volop aanwezig is in Kenya, Tanzania & Zanzibar. Mede door het feit dat een zwangere dame kennelijk aantrekkelijker is dan een niet-zwanger mens voor de malariamug, leek het onverstandig om naar dit gebied af te reizen.

Wij zaten dus wel enigszins in dubio, maar gelukkig deed Privé-safari niet echt moeilijk en hebben wij tot mei de tijd gekregen om een ander stel te vinden dat deze reis met ons zou willen doen en mocht dat niet lukken, dan hoefden wij niets extra te betalen en zouden we gewoon met zijn 2-en naar Afrika afreizen. We hebben nog een aantal mensen gepolst of zij met ons mee zouden willen, maarja, het is wel een klap geld dat zomaar ineens op tafel gelegd moet worden en we begrijpen donders goed dat niet iedereen dat zomaar in zijn portemonnee heeft.

Kortom, we reizen met z’n 2-en af naar Nairobi om daar met een privé-gids en een privé-kok op safari te gaan. Hoe decadent kan het leven zijn?

Nadat we al onze inentingen uiteindelijk bij de GGD in Hengelo gehaald hebben, reizen wij in ieder geval met z’n 2-en af naar Nairobi voor, wat later blijkt, een onvergetelijke reis!

3 juni, Hengelo - Nairobi, Kenya

Om 5.00 gaat onze wekker, vandaag is het zover; we vertrekken naar het oudste continent ter wereld: Afrika! Nadat we een heerlijke douche en een simpel doch stevig ontbijt hebben genomen vertrekken we tegen 6.10 richting Schiphol. Johan en Marianne brengen ons weg en dat is toch wel erg lekker.

Nadat we op de in-check-zuilen van KLM op Schiphol een mooie plaats in het vliegtuig hebben uitgezocht zitten we tegen 8.30 achter een heerlijke laatste bak koffie. Vluchtnr. KL0565 vertrekt om 10.25 richting Nairobi.

We hebben een probleemloze vlucht van een kleine 8 uur, onderweg slapen we af en toe een beetje en genieten we van het uitzicht op de woestijn van Soedan. Tegen 19.15 plaatselijke tijd, in dit gedeelte van Afrika is het 1 uur later, komen we aan op Nairobi en gaan we op zoek naar onze koffers.

Nadat we die gevonden hebben, begint ons avontuur. We hebben geen idee hoe het nu verder zal gaan; volgens Privé-safari gaat het vanzelf en zullen we onze gidsen snel genoeg ontdekken in de aankomsthal. Hij zal namelijk een briefje omhoog houden met daarop onze naam. Eenmaal in de aankomsthal aangekomen blijkt dat niet zo simpel te zijn! We komen de hal in en zien dus ongeveer 100 gidsen staan; allemaal met een briefje met daarop een naam. Voor ons is het extra lastig, want onze reis is geboekt onder de naam Gerritsen (Jeanet dus). Na even zoeken ontdekken we dan toch onze gids William samen met onze kok Mrosso. Zij staan erop onze koffers naar ons vervoersmiddel voor de aankomende 12 dagen te dragen en het blijkt dat deze prachtige 4wd Jeep, een Toyota Landcruiser, al afgeladen vol zit met eten en de tenten en weet ik veel wat allemaal meer!

Deze avond zetten William & Mrosso ons af bij het hotel voor de eerste nacht. Het is een keurig netjes europees aandoend hotel. Na een tijdje met de gids en de kok in de lobby van het hotel gepraat te hebben, we zullen de aankomende 12 dagen 24 uur per dag met hun doorbrengen dus is het wel handig om elkaar een beetje te leren kennen, gaan we naar bed. Op het balkon van het hotel proberen we nog even onze zgn. ‘head-lights’ uit want het schijnt dat er op de steppes in Afrika helemaal geen stroom te vinden is……….

Ons eerste gevoel is in ieder geval goed, Karinne is blij dat het hotel van een behoorlijke kwaliteit is zodat ze niet zo veel problemen heeft om te acclimatiseren en ik vind zelf dat de armoede nog wel meevalt, tenminste, wat we tot nu toe gezien hebben!

4 juni, Nairobi - Maasai Mara N.P.

We hebben met William & Mrosso afgesproken dat ze ons tegen 8.30 op komen halen, dus we zetten de wekker om 7.15 waarna we tegen 8.00 aan een lekker ontbijt zitten met veel vers fruit, kortom, een goed ontbijt. Zoals afgesproken komen William & Mrosso ons keurig tegen 8.30 ophalen om onderweg te gaan naar de Maasai Mara. Deze dag zal achteraf ook een van de langste reisdagen zijn. De reis voert ons door de sloppenwijken van Nairobi en ik moet mijn mening over de armoede in dit land toch wel bijstellen. Je wilt niet weten wat voor een puinhoop het is in die sloppenwijken.

Onderweg naar onze eerste stop in Narok, krijgen we veel mooie vergezichten te zien en we zien ook al onze eerste wilde dieren: zebra’s , giraffes, gnoes, gazelles, impala’s, struisvogels. Eigenlijk zouden we al wel weer terug kunnen vliegen want we hebben alle dieren al wel zo’n beetje gezien. Uiteindelijk besluiten we dat toch maar niet te doen…..

Onderweg naar de Maasai Mara gaat de telefoon bij William, het blijkt een telefoontje te zijn van Privé-safari. Ze bellen om te vragen of alles naar wens is verlopen en tevens vertellen ze ons dat we de beste gids en de beste kok toegewezen hebben gekregen. Het enig echte ‘Mataro-dreamteam’. Uiteindelijk blijkt hier niets aan gelogen te zijn; William is een geweldige gids en Mrosso is een uitstekende kok en iemand die voor de broodnodige humor zorgt met zijn gebrekkige engels en zijn goede gevoel voor humor.
Tijdens onze lunch in Narok maken we meteen onze eerste afding-ervaring mee. Bij het restaurant waar we eten is een klein souvenirwinkeltje waar we voor 5 dollar 2 ansichtkaarten kopen. Het blijkt dat we met z’n 2-en in dit restaurant eten en dat William en Mrosso in het stadje zelf iets gaan eten. Op zich vinden we dit wel jammer omdat je nu juist tijdens het eten elkaar mooi kunt leren kennen, maar goed, dat zal wel de gewoonte zijn hier in Kenya.

Na een lange rit over erbarmelijke wegen met diepe kuilen en weinig verkeer komen we uiteindelijk aan op de camping net iets buiten Maasai Mara N.P. Terwijl Mrosso onze tent op zet en het diner voorbereid, doen wij onze eerste ‘game-drive’ met William in de Maasai Mara. Hier maken we meteen de opdringerige Maasai vrouwen mee. Zogauw William uitstapt om entreekaarten voor het park te kopen, komen van alle kanten de Maasai-vrouwen te voorschijn om ons allerlei kraaltjes en kettinkjes te verkopen. Wij zijn echter nuchtere Nederlanders en hebben geen behoefte aan kettinkjes en kraaltjes, dus we kopen niets.

Eenmaal in het park zien we o.a. olifanten, buffels, dik-diks, impala’s en een paar ‘worstenbomen’. Worstenbomen zijn bepaalde bomen die zeer geliefd zijn bij luipaarden omdat ze daar goed in kunnen overnachten. Helaas zit er op dit moment geen luipaard in de bomen en naar later zal blijken, is het luipaard een van de meest schuwe dieren die er in dit gebied leven.

Eenmaal terug op de camping heeft Mrosso inderdaad onze tent al opgezet en het eten voorbereid; een uitstekend diner met tomatensoep, gebakken vis, bonen, wortelen, een heerlijke salade, bananencake en koffie na. We hadden niet verwacht dat we zulke uitgebreide maaltijden zouden krijgen! Na deze heerlijke maaltijd is het ook al bijna donker en zoeken we het sanitairblok op. Nu blijken de headlights absoluut geen overbodige luxe te zijn; als het hier donker is dan is het ook echt donker! Er is hier helemaal geen enkele ‘lichtvervuiling’ en je ziet hier dan ook veel meer sterren als thuis in Nederland. We zien hier zelfs de melkweg en voor ons allebei is dat de eerste keer. Erg mooi om te zien. In de tussentijd moeten we de kleine gibbon-aapjes in de gaten houden die hier in de bomen zitten, voor je het in de gaten hebt, hebben ze de hele tafel voor onze tent leeggeroofd!

In onze tent staan 2 behoorlijke stretchers met daarop een authentieke Maasai-deken. We proppen onze lakenzakken erin en slapen heel behoorlijk op deze stretchers. Ook dit is weer een meevaller want we hadden wel iets minders verwacht; op deze bedden kunnen we uitstekend slapen.

5 juni, Maasai Mara N.P. dag 1

Met William hebben we afgesproken dat om 7.30 het ontbijt klaar is en we zetten onze wekker dan ook om 7.00. Het blijkt dat Mrosso ’s avonds netjes een olielampje heeft opgehangen onder ons luifeltje om eventuele wilde dieren op een afstandje te houden. Bovendien heeft hij een soort van mobiele wastafel erbij gezet met warm water, waar we ons ’s ochtends kunnen wassen! Wederom iets dat we absoluut niet hadden verwacht; we hadden ons ingesteld op 12 dagen primitief kamperen, maar zo luxe als hier hebben we het niet eens als we met onze eigen tent gaan kamperen!

Het ontbijt is erg stevig maar ook erg lekker, met pap (ja, ook Karinne eet pap en vindt het nog lekker ook!), geroosterd brood, gebakken eieren en worstjes. Eigenlijk heb je geen keus wat eten betreft, Mrosso gooit gewoon alles op je bord en doet dat op een dusdanige manier dat je eigenlijk niet kunt weigeren.

Nadat de tent en alles wat erbij hoort weer in de Jeep is gepakt, gaan we op weg naar onze 2e campsite aan de andere kant van de Maasai Mara, genaamd Oiololoo Gate. Om daar te komen moeten we dus dwars door het Maasai Mara N.P. en dat is absoluut geen straf. Onderweg komen we wederom allerlei wild tegen van olifanten, impala’s, struisvogels, buffel, gieren, pumba’s, bavianen en zebra’s tot aan wilde katten.
Ergens in het park krijgen we nog weer een lunch, die wederom erg stevig is. We moeten er niet aan denken om thuis elke dag zoveel te eten, maar hier is het helemaal niet vervelend. Het blijkt dat door de enorm slechte staat van de wegen hier in Afrika, William & Mrosso noemen het ‘The African Massage’, je veel meer verbrand dan thuis in Nederland.

Na de lunch komen we aan bij de Mara River, dit is een van de oversteekplaatsen waar tijdens de grote trek van de gnoes spectaculaire beelden worden gemaakt van de strijd van de gnoes om de rivier, die tegen die tijd vol krokodillen zit, over te steken. We krijgen nog een korte excursie langs de rivier met een andere gids die ons, gewapend met een geweer, het een en ander over die oversteek en over de vele nijlpaarden die in de rivier leven verteld.

Tijdens onze vlucht van Amsterdam naar Nairobi hebben we gesproken met een van de stewardessen. Zij vertelde ons dat ze eindelijk eens een keer wat langer in Nairobi moest blijven tot de volgende vlucht en dat ze met een paar van haar collega’s eindelijk eens een keer een echte safari ging doen. Wat schetst onze verbazing; tijdens onze game-drive over de steppes van de Maasai Mara horen we stemmen achter ons. Ik wijs Karinne er nog op dat het Nederlanders zijn en dat je die ook echt overal tegenkomt, als er iemand vanuit de andere Jeep ons vraagt of wij Nederlanders zijn! Het blijken dus onze stewardessen te zijn die dus ook een safari in de Maasai Mara hebben geboekt, bestaat toeval?

Op de steppes van de Maasai Mara zien we wederom heel veel wild; olifanten, impala’s, onze eerste leeuwen en ook een jagende cheetah. We hebben wel eens een documentaire gezien waarop de jacht van zo’n jachtluipaard te zien was, maar in het echt zie je pas wat voor een snelheid zo’n beest in zo’n korte tijd weet te ontwikkelen. Helaas (?) was de gazelle in dit geval te snel voor hem en moest hij de jacht afbreken, maar het is wel mooi om zoiets echt te zien.

William wijst ons er al op dat we wel eens regen zouden kunnen krijgen en dat we, als we voor de regen terug bij de tent willen zijn, toch echt wel weer richting ons kamp moeten gaan. Op de terug komen we echter 2 olifanten tegen die onze weg versperren en William durft het niet aan om er stiekem achterlangs te rijden. Dan ben je behoorlijk kansloos met je Jeepje tegen zo’n olifant van een tonnetje of 7, schoon aan de haak. Kortom, we moeten een eind terug om dan via een andere weg bij het kamp te komen. Daardoor maken we ook onze eerste Afrikaanse regenbui mee; Das net even wat anders dan een buitje hier in Nederland. Binnen een paar minuten veranderen de wegen in rivieren en daar glibberen wij dan overheen met onze Jeep die gelukkig 4wd is. Onderweg zien we nog een giraffe die staat te schuilen tegen de bosrand. Ook de dieren hebben dus last van de regen……

Eenmaal terug bij de tenten zien we dat Mrosso een soort van ‘tarp’ heeft gemaakt boven het vuur waar hij op kookt. We eten onze maaltijd op onder onze eigen luifel en het is wederom een erg goede maaltijd. Mrosso heeft speciaal ‘Oiololo-rain-soup’ gemaakt met rijst, kip, groente en een speciaal ‘Oiololoo-sausje’. Als toetje hebben we ananas met een soort van stroop gehad; heel bijzonder en erg lekker! Als de regenbui over is, zien we in de verte de lichten van een andere Jeep die vastzit in de modder. Nog weer later zien we hoe hij losgetrokken wordt door weer een ander Jeep. We zijn toch wel erg blij dat William de bui goed heeft ingeschat en dat we dus op tijd terug bij ons kamp zijn.

Na nog lekker bij het smeulende vuur gekletst te hebben met William & Mrosso gaan we tegen 9.30 onder de wol. Morgen is het weer vroeg dag.

6 juni, Maasai Mara N.P. dag 2

De vaste planning voor de aankomende dagen zal voor elke dag ongeveer het zelfde zijn. Het ontbijt staat klaar om 7.30, dus wij zetten onze wekker standaard om 7.00. Het ontbijt was, net als gisteren, wederom voortreffelijk. Nooit gedacht dat wij zo stevig zouden ontbijten: pannenkoeken, worstjes, gebakken ei, pap & geroosterd brood. Na het ontbijt gaan we op pad voor een gamedrive. De rit van vanochtend is toch wel anders want zoals duidelijk te zien is, is er gisteren toch wel veel water gevallen. De wegen op zich zijn nog wel redelijk te berijden, maar eenmaal van de weg af, is het donders makkelijk dat we een 4wd hebben. Door het slechte weer van gisteren komen we nog bijna vast te zitten, maar gelukkig hebben wij een uitstekende piloot.

Overigens is het in Kenya toegestaan om in de parken van de weg af te gaan. Of dit nu zo goed is voor de natuur kun je je afvragen, feit is wel dat we mooi dicht bij het wild kunnen komen. Zo zien we op een gegeven moment een moeder leeuw met 5 jonge leeuwtjes op een paar meter afstand. Heel erg bijzonder! Verder zien we eigenlijk al het al eerder genoemde wild weer, het blijft onvoorstelbaar hoeveel wilde dieren er leven in dit gedeelte van Afrika. En vooral, hoe dicht je bij de natuur bent, hier.

Weer terug bij ons kamp heeft Mrosso een heerlijke lunch bereidt; spaghetti met een bolognese saus, groenten (oa bloemkool!) salade, en een fruitmix als toetje. En na zo’n lunch zit er eigenlijk maar 1 ding op: Siësta! De stretchers worden uit onze tent gesleept en we hebben heerlijk gerust gedurende een paar uur.

William verteld ons niet alleen erg veel over de omgeving en de natuur, hij moet ook de auto nog besturen en dat is absoluut geen makkie. Hij heeft zijn rust dus wel degelijk nodig.

In de namiddag gaan we weer op pad, het park in. Volgens William zijn de dieren erg rustig ivm het weer. Hij verwacht dat we nog wel wat meer regen zullen krijgen. In de verte zien we een paar giraffen, daarnaast zien we ook weer olifanten en buffels.

maar voor het eerst zien we ook een paar echte neushoornvogels. William vindt het erg leuk om eens een keer een paar gasten te hebben die ook interesse hebben in vogels. Hij verteld dat de meeste toeristen alleen maar geïnteresseerd zijn in het grote wild.

Eenmaal terug in het kamp gaan we snel eten want de heren verwachten nog wel wat neerslag en eigenlijk willen ze voordat de bui begint het eten op hebben. Tja, het wordt een beetje eentonig op deze manier, maar het eten is wederom voortreffelijk. Dit keer hebben we weer een soep vooraf, een lekker gebakken visje met gekookte aardappelen met een salade van paprika, en aubergine. Als toetje hebben we een bananenkwark.

Nu blijkt ook dat ze heel erg onderdanig zijn, want ze proberen heel erg te voorkomen dat wij tijdens het eten nat worden. Terwijl wij dat helemaal niet zo erg vinden; dat hoort er immers ook bij. Ook vinden William en Mrosso het erg koud, het is maar (!) een graad of 25 en soms zit er een wolk voor de zon. Hun onderdanigheid blijkt ook uit het feit dat ze zich hier bijna voor verontschuldigen; net of zij er wat aan kunnen doen dat het geen 35 graden is met volop zon!

De regen blijft uit en we hebben lekker de rest van de avond bij het kampvuur gezeten en een beetje gekletst over de Afrikaanse cultuur en vooral het verschil met de westerse cultuur waar wij uit komen. ’s Nachts ben ik de enige die de olifanten vlak langs onze tent hoor lopen. Karinne gelooft mij (uiteraard…) niet maar gelukkig is het bewijs ’s ochtend goed zichtbaar. Er is een mooi pad in het hoge gras naast onze tent uitgesleten; gelukkig!

7 juni, Maasai Mara - Lake Victoria

Na het ontbijt, ik zal het maar niet beschrijven maar het was wederom erg goed, breken we het kamp op voor een trip richting het Lake Victoria. Hierbij zullen we de grens tussen Kenya en Tanzania oversteken. Het was ons al wel opgevallen dat William en Mrosso het niet zo op Kenya hebben, ze kraken het niet af, maar ze zijn allebei niet erg gek op Kenya en de kenianen in het algemeen. Ons is het ook al wel opgevallen dat de mensen die je tegenkomt in de dorpjes niet erg vriendelijk zijn en dat de wegen erg slecht zijn, net als de algemene voorzieningen.

Wij ondervinden aan den lijve dat die mening niet helemaal onterecht is. Tot aan de grens met Tanzania komen we geen asfalt tegen en zitten er allemaal diepe kuilen in de weg. Terwijl er in Tanzania wel asfalt op de wegen ligt, het oogt allemaal net wat meer ontwikkelt en de mensen zijn ook vriendelijker. Het beste ervaren we dat aan de grens zelf. We moeten eerst aan de keniaanse kant een stempel halen waarmee we aangeven dat we het land verlaten. De dienstdoende beambte is de vrolijkheid zelve; er kan nog geen klein glimlachje af en naar mijn idee scoren we ook niet met het feit dat we langer in Tanzania zullen blijven als dat we in Kenya geweest zijn.

Nadat we de stempel gekregen hebben, moeten we met datzelfde papier naar de tanzaniaanse kant van de grens, wat het meeste opvalt is dus dat er asfalt op de weg ligt, daarnaast worden we niet ‘lastig’ gevallen door allerlei mensen die ons allerlei prullaria willen verkopen. Bovendien informeert de beambte achter de balie vriendelijk wat we allemaal gaan doen in Tanzania, kortom; het komt allemaal net wat vriendelijker over. Heel typisch, ook William en Mrosso zijn wat opener en wat meer ontspannen. Het voelt voor hun echt als thuiskomen, ze zijn bijzonder trots op hun land.

Bij het eerstvolgende dorpje stoppen we bij een hotelletje om daar in de tuin te lunchen. Mrosso heeft ’s ochtends een uitgebreid lunchpakket samengesteld dat we samen onder een boom in de tuin opeten. Bovendien heb ik hier mijn eerste Afrikaanse bier; Kilimanjaro-bier. Eigenlijk smaakt het net als het bier hier, gewoon pilsener dus.

Na deze lunch rijden we verder, richting de grens van het Serengeti N.P. Onze overnachting zal plaatsvinden op een redelijk normale camping, Lake Victoria Overnight Stay. We willen Mrosso graag helpen met het opzetten van het kamp maar dat mogen we absoluut niet! Hij staat erop dat we naar het terras op de camping gaan om daar even wat te drinken. Als we terugkomen bij onze plek dan staat inderdaad de tent al, is de keuken al weer ingericht en is Mrosso druk bezig met het diner van vanavond.

In het keukengebouwtje zit elektriciteit en dit is dus een mooie gelegenheid om onze batterijen op te laden. Dat zullen we ook nodig hebben want volgens William zullen we bij de eerstvolgende campsite zonder elektriciteit zitten. Bovendien zijn er op deze camping douches aanwezig en Karinne en ik gaan dus eerst lekker onder douche! Ondanks het feit dat de douches koud zijn, is het heerlijk om je weer eens een beetje te kunnen wassen. Overigens wordt het afgeraden om al teveel deo en shampoo te gebruiken, want de geur daarvan zorgt er aan de ene kant voor dat je veel meer ongedierte op je af krijgt en aan de andere kant dat je het grote wild weer verder van je af jaagt! Zuinig met de geurtjes dus…………

Doordat de camping dicht bij Lake Victoria ligt is het hier ’s nachts ook behoorlijk warm. Het water van het meer is vrij warm en daardoor koelt het s’nachts niet zo veel af als op de steppes.

8 juni, Lake Victoria - Serengeti N.P.

Voor vandaag staat er een bezoek aan een echt tanzaniaans vissersdorpje op de planning waarna we door zullen rijden naar de Serengeti. Na het ontbijt rijden we richting het vissersdorp en onderweg pikken we de gids op. Het is een oud mannetje dat gebrekkig engels spreekt, maar wel goed genoeg om ons het een en ander te kunnen vertellen over het dorp waar we naar toe gaan.

Het dorp ligt aan de oevers van Lake Victoria, een van grootste meren van Afrika, en is een echt vissersdorpje. Hier komt pas echt de grote cultuurschok die we eigenlijk al eerder verwacht hadden! Als we aan komen rijden zijn we meteen een grote bezienswaardigheid. We rijden met onze 4wd tussen de lemen hutjes door richting de vissersmarkt. Helaas zijn we net te laat, de vangst is al voor het grootste gedeelte verkocht. Het is echt onvoorstelbaar hoe primitief deze mensen hier nog leven. De schuur die wij in Hengelo in onze tuin hebben gezet zou hier een villa zijn, er zouden waarschijnlijk 3 gezinnen in leven! Riolering is er zeker niet!
We gaan samen met de gids in een vissersbootje het water op naar de visnetten die de vissers ’s nachts uitzetten. De gids verteld ons dat de vissers soms dagen achter elkaar op het water doorbrengen, vooral de vissers die meerdere vallen hebben uitgezet. De vangst wordt meestal gekocht door grote visverwerkingsbedrijven die een eind verderop in Mwanza, een relatief grote stad in de omgeving, gebouwd zijn de laatste jaren.

Eenmaal terug in het dorp lopen we samen met onze gids naar een klein winkeltje waar we op zijn advies een grote zak met zuurtjes kopen. Als we weer uit het winkeltje komen staan de kleine kinderen uit het dorp al te wachten. In no time hebben we wel 50 kinderen om ons heen die allemaal een snoepje willen, en dat niet alleen, ook de ouderen willen wel graag zo’n snoepje. Ongelooflijk wat (in onze ogen) zoiets simpels als een zak snoepjes teweeg kan brengen.

Hierna lopen we verder door het dorp naar de bronnen waarvandaan de dorpelingen drinkwater halen. Onderweg hebben Karinne en ik allebei aan elk vinger minstens 4 kinderen hangen die onderling ruzie maken over wie er nu een van onze handen vast mag houden. We voelen ons hier eigenlijk een beetje schuldig voor onze welvaart; wij kunnen het ons veroorloven om een reis van enkele duizenden euro’s naar Afrika te maken terwijl de mensen in dit dorpje zich niet eens een zak met snoepjes kunnen veroorloven!

We maken hier ook bewust geen foto’s en film; we voelen ons er niet lekker bij om de ellende van de mensen in dit dorpje te ‘misbruiken’ voor ons eigen plezier. Het is al erg genoeg dat ze in deze omstandigheden moeten leven en wij voelen ons niet geroepen om daar dan ook nog eens een soort van attractie van te maken. We besluiten in ieder geval om, zo gauw we weer in Nederland zijn, iets te gaan doen met deze ervaring. Wat weten we nog niet, maar we laten dit niet zomaar voorbij gaan zonder er iets mee te doen.

Ook brengen we nog een bezoek aan de ‘medicijnman’ van het dorp. Het is echt zo’n medicijnman als je verwacht bij het begrip medicijnman in een Afrikaans dorpje. Ondanks het feit dat er in Mwanza wel een soort van ziekenhuis is, gaan de mensen van dit dorpje allemaal naar deze medicijnman. Bovendien is het voor deze mensen niet te betalen om naar een ziekenhuis te gaan.

Het blijkt dat onze gids een soort van klein museumpje aan de kant van de weg heeft, waar we een stuk geschiedenis van dit land kunnen zien. Daarnaast zit er in de boom bij het museumpje een heel apart vogelnest, Het nest is bijna 2 meter hoog, breed en diep en bevat een heel gangenstelsel met aparte kamers. Het blijkt het nest van een Hamerkop te zijn, de favoriete vogel van Mrosso. Het vervelende is echter dat de Hamerkop nadat hij het nest had afgemaakt, weggejaagd is door een grote uil die nu dus een riant ‘appartement’ bezit. Mrosso windt zich hier echt over op en wil de uil wegjagen, zodat de Hamerkop er weer in kan!

Na deze bijzonder ochtend rijden we verder in de richting van de Serengeti-woestijn. Volgens de papieren gaan we hier kamperen op een zgn. ‘Special Campsite’. Een afgelegen kampeerplaats zonder enige voorzieningen en waar we dus ook helemaal alleen zullen staan, totaal verlaten van de bewoonde wereld. We zijn benieuwd!

Nadat we ons gemeld hebben in het park bij de parkwacht, blijkt dat de special campsite zo speciaal is dat degene die op dat moment dienst heeft, niet weet waar de campsite precies is en we zullen dus moeten wachten tot er iemand komt die de plak wel weet te vinden. William stelt voor om in de tussentijd de omgeving maar even te gaan verkennen.

Helaas zien we tijdens deze korte game-drive niet zo heel veel behalve krokodillen en nijlpaarden; dit komt volgens William doordat het midden op de dag is. Het is dus ook het warmst van de dag en de dieren rusten dan meestal, vandaar dat we niet zo veel wild zien. Eenmaal terug bij de parkwacht blijkt dat degene die wel weet waar onze campsite is, helemaal van de ander kant van het park moet komen. En dat is niet zoals in Nederland, het Serengeti park is ongeveer de helft van Nederland en heeft geen A1 of andere goed begaanbare wegen. In samenspraak met William en Mrosso besluiten we dan ook om dan maar niet naar de special campsite te gaan en gewoon naar de centrale camping vanwaar we eigenlijk alle kanten opkunnen en dus het gehele park kunnen bekijken.

Onderweg naar deze camping zien we alvast een voorproefje van de grote trek van de gnoes. De beesten verzamelen zich in de loop van de tijd op de laatste overgebleven groene weiden en wanneer die dan ook niet voldoende voedsel meer leveren trekt de kudde gnoes achter de regen aan op naar de volgende groene weide. We praten dan niet over een kudde zoals wij hier in Nederland een kudde koeien zien, maar over een kudde van in sommige gevallen wel 2 miljoen van die beesten! Helaas voor ons is ook hier het klimaat van slag en zijn er nog niet echt grote verzamelingen gnoes gezien in het park en zullen we dus in de komende dagen op zoek moeten naar een grotere kudde.

Ook zien we nog een nijlpaard op het droge en een groep gieren die bezig is om vakkundig een dooie gnoe te ontleden. We komen er al snel achter dat de natuur hier een stuk harder is dan in de Maasai Mara. Het is hier veel meer een ‘struggle for live’ voor de dieren en planten door het karakter van het park.

Eenmaal op de camping aangekomen zet Mrosso wederom helemaal alleen de tent op en mogen we hem wederom niet helpen met het opzetten. Na het eten kletsen we nog wat en gaan we weer lekker op tijd onder de Maasai wol.

9 juni, Serengeti N.P. dag 1

De volgende dag gaan we weer na het (stevige) ontbijt op pad, het park in. We hebben William verteld dat één van de redenen om in deze periode hierheen te gaan was, dat we graag de grote trek van de gnoes willen zien. William beaamt dat dit normaal gesproken volop aan de gang is in deze periode van het jaar, maar dat doordat het ook hier nog niet echt droog is geworden en er nog regelmatig een bui valt, de trek waarschijnlijk later is dan normaal. Maar hij belooft ook dat hij in ieder geval op zoek gaat naar een grote kudde.

Tijdens deze game-drive valt de opbrengst eigenlijk een beetje tegen; jaja, we worden verwent; een olifant is al heel gewoon geworden. We zien naast een groep giraffen vlak bij onze camping, heel veel zebra’s, veel gnoes en een groep leeuwen van 1 mannetje met 2 vrouwtjes.

Ook zien we nog in een waterplas een dood nijlpaard drijven. Het beest is al in ver gevorderd stadium van ontbinding en een krokodil probeert ervan te eten. Het domme beest heeft echter niet door dat hij het beest tegen de kant aan moet drukken, zodat het niet wegdrijft op het moment dat hij probeert te happen. Op een gegeven moment houdt hij het maar voor gezien en zien we hoe een grote school van zgn. ‘mudfish’ zich tegoed doet aan het nijlpaard.

Mrosso heeft weer een heerlijke lunch voor ons klaargemaakt en na de lunch nemen we weer een heerlijke Afrikaanse siësta. Ik kan hier wel aan wennen, denk ik. Karinne gebruikt de siësta’s steeds om het kleine dagboekje een beetje bij te houden en het thuisfront via de sms op de hoogte te houden van onze avonturen.
Na de siësta gaan we op pad naar de ‘Hippo-pool’. Dit is een vijver waar wel 50 nijlpaarden in liggen te badderen. Nijlpaarden zijn eigenlijk nachtdieren en ze dobberen overdag in dit soort vijvers. Ze slapen een beetje, ze spelen een beetje en eigenlijk doen ze de hele dag niets anders dan een beetje luieren. Tegen een uur of 6 worden ze dan wat wakkerder om aan land te gaan om daar ’s nachts te gaan grazen. Het blijkt dat je een nijlpaard onderweg naar zijn graas-stekkie maar beter uit de weg kunt gaan. Als je op zijn pad staat dendert hij gewoon dwars door je heen. Nijlpaarden zijn dan ook 1 van de grootste doodsoorzaken van Afrika! Wij zijn er tegen ca 5 uur, dus we maken al een beetje mee hoe deze logge beesten langzaamaan wakker worden, een erg leuke ervaring.

William kijkt al angstvallig naar de hemel en verwacht eigenlijk wel een beetje regen en zijn verwachtingen komen uit. Nadat we nog op de Maasai Kopje een paar leeuwen hebben zien liggen gaan we terug naar de camping. Zogauw we onderweg zijn naar de camping begint het inderdaad te regenen en tegen de tijd dat we bij de camping zijn aanbeland zijn de wegen alweer veranderd in rivieren waar we met onze 4wd doorheen rijden. En elke keer is het weer machtig mooi om te zien hoe onze gids vakkundig de auto over de ‘wegen’ (of eigenlijk door de rivieren) stuurt.

Eenmaal terug bij de camping heeft Mrosso een mooi vuurtje gestookt in het keuken-gebouwtje en eten we heerlijk bij het vuurtje onze maaltijd op. Hoewel dit qua wild niet zo heel erg geslaagde dag was, was het wederom een mooie dag en na nog even na het eten gekletst te hebben, gaan we lekker op tijd naar bed.
Tijdens het avondeten horen we al regelmatig hyena’s huilen waarvan we horen dat ze steeds dichter bij kwamen. ’s Nachts hoor ik ze steeds dichter bijkomen en op een gegeven moment staat er gewoon een hyena naast onze tent! Ik kan hem gewoon horen ademen en ik schat dat hij op nog geen 2 meter afstand van me staat met alleen een tentdoek ertussen! Ik hoef niet te zeggen dat het daarna wel even geduurd heeft voordat ik weer in slaap viel… Overigens schijnen die beesten gruwelijke angsthazen te zijn en absoluut ongevaarlijk te zijn; ik heb er toch maar niet op gegokt......

10 juni, Serengeti N.P. dag 2

Een van de grote ‘attracties’ van dit gedeelte van Afrika is het feit dat de ‘Big Five’ hier voorkomt. De term ‘big five’ stamt uit de tijd (rond 1900) van de ‘grote witte jager’ die naar Afrika kwam om wild te schieten en bij voorkeur de meest gevaarlijke dieren van Afrika wilde neerleggen: ze zijn dus meer gekozen op hoe stoer het is om ze te schieten, dan hoe groot ze zijn. De vijf hebben inderdaad een reputatie om af en toe mensen te doden. Vreemd genoeg hoort het meest gevaarlijke Afrikaanse dier, het nijlpaard, niet bij de big five. De big five bestaat in ieder geval uit de olifant, de buffel, de neushoorn, het luipaard en uiteraard de leeuw. Van deze 5 dieren is het luipaard het meest schuwe dier en de meeste ‘big-five-toeristen’ lopen dan ook vast op dit nachtdier.

Na het inmiddels bekende stevige ontbijt van vandaag vertrekken we en zien we meteen vanaf de camping al een paar giraffes. De gebruikelijke gnoes zijn er uiteraard ook, net als de zebra’s en van dichtbij een mooie Hamerkop. En dan zien we zomaar in een boom op een meter of 30 van ons af een luipaard. We hoeven nu alleen nog maar de neushoorn te vinden en dan hebben wij de big five al binnen.

Mrosso heeft een uitstekende lunch voor ons voorbereid en die eten we op vanaf de ‘Simba Kopjes’. Op verschillende plaatsen in het Serengeti N.P. liggen grote rotspartijen, waar veel zich veel dieren bevinden. Meestal gebruiken leeuwen de Kopjes als rustplaats tijden het warmste gedeelte van de dag of als uitkijkpost op zoek naar prooidieren. Vanaf de Kopjes hebben we inderdaad een erg mooi uitzicht over de uitgestrekte steppes van de Serengeti woestijn.

Na de lunch rijden we weer verder op zoek naar een gedeelte van de grote trek. William is er echter bang voor dat we geen grote kudde zullen zien, omdat het klimaat niet erg meewerkt dit jaar. En inderdaad, we zien wel her en der langzaam kuddes ontstaan, maar de kuddes zijn nog lang niet groot genoeg om van een grote kudde te spreken. Op een gegeven moment staan we van een afstand te kijken naar een relatief kleine kudde gnoes te kijken, zo’n 200.000 dieren (het is maar wat je klein noemt…) als plotseling de dieren in beweging komen.

Heel erg apart want het is net of een van die beesten een, voor het menselijk gehoor of gezicht onzichtbaar teken geeft, want zonder aanwijsbare reden komen er een paar van die beesten in beweging en zien we even later de hele kudde de weg oversteken. We betreuren het steeds meer dat we niet later in het seizoen hier zijn, want het is al indrukwekkend om zo’n ‘kleine’ kudde te zien bewegen. Laat staan dat we aanwezig zouden zijn bij ‘de grote trek’.

Nadat we hier een tijdje hebben staan kijken rijden we terug naar de campsite voor onze laatste avond in de Serengeti. Onderweg komen we nog langs een groepje volwassen leeuwen van 3 mannetjes en 2 vrouwtjes. Hier zien we het levende bewijs van de bewering dat leeuwen sexueel bijzonder actieve dieren zijn. We zijn live aanwezig bij een paring!

Toch ook wel weer een bijzonder ervaring, zoals deze hele vakantie wel een erg bijzonder ervaring is.

Naarmate we dichter bij de camping komen betrekt de hemel met bijzonder zware regenwolken en vlak voordat we de campsite oprijden, worden de sluizen geopend. Het is een echte tropische storm met harde wind en bijzonder veel regen. Het parkbeheer dacht slim te zijn door een vast keukengebouw te plaatsen. Echter, dit gebouw staat op het laagste punt van de campsite!

Gevolg: door de bui staat ons keukengebouw in een rivier! Het luxe-kamperen is verworden tot echt survivallen! En William en Mrosso zich maar verontschuldigen voor het klimaat; net of zij er wat aan kunnen doen. Door het noodweer is er nog een andere groep met 2 toeristen, een gids en een kok in het keukengebouw aangeschoven en wordt het allemaal nog een chaotische bende. De ander gids heeft namelijk alleen maar een klein iglo-tentje voor zichzelf en hij heeft ivm de regen zijn tentje IN de keuken opgesteld. Hier kan alles!

Midden in de nacht wordt ik wakker met een, laat ik het maar zo zeggen, weeïg gevoel in mijn buik. Ik ben bang dat, als ik niet heel snel naar buiten ga, de mooie rooie Maasai slaapzak een andere, ietwat bruinige, kleur gaat krijgen. We hadden al de vele verhalen gehoord over het feit dat heel veel toeristen last krijgen van hun maag en ik ben nu dus een van hen. Op het moment dat ik met mijn head-light op achter de tent sprint dan maakt het geen ene reet (….) meer uit of er nu wel of niet gevaarlijke beesten in de buurt zitten, kan ik je vertellen……………




Saturday, 16 February 2008

11 juni, Serengetei N.P. - Ngorongoro krater

Na een bijzonder slechte nacht en een ietwat lichter ontbijtje voor mij, pakken we de tent op voor de transfer richting de Ngorongoro krater. Doordat onze camping midden in het park ligt, rijden we eerst nog een paar uur over de steppes en zien we oa een stelletje van jachtluipaarden boven op een soort van zandheuvel liggen zonnen. Daarna zien we ook nog weer 3 leeuwinnen boven op de Kopjes liggen in de zon.

In de verte zien we Naabi Hill al liggen, hier is de uitgang van de Serengeti. Het rare is dat het niet aan de rand van het park ligt maar midden in. Als je eenmaal ‘uitgecheckt’ hebt, krijg je nog 1 uur de tijd om het park te verlaten. Naabi Hill is een heuvel van ca 100 meter hoog en vanaf de heuvel heb je een erg mooi uitzicht over de Serengeti. Bovendien leven op de heuvel zwermen Agapornissen! Het uitchecken duurt al met al ruim 1.5 uur en na nog een mooie landkaart van de Serengeti gekocht te hebben, vertrekken we richting de Ngorongoro-krater.

Na Naabi Hill rijden we vervolgens nog bijna 45 minuten voordat we echt het park uitgaan. Eenmaal uit het park rijden we op een onverharde weg, waar allemaal dwarsriggels op zijn ontstaan; zo’n soort van wasbordje. Gek genoeg maakt William geen enkele aanstalte om minder snel te gaan rijden! En zo stuiven we dus met een vaartje van 90 km per uur over een weg waar we in Nederland niet veel harder dan stapvoets zouden rijden.

Na een poosje gaat William plotseling minder snel rijden, hij zakt af tot een ‘slakke-tempootje’ van ca 40 km per uur. Op een gegeven moment stopt hij en loopt rond de auto. Mrosso wordt erbij geroepen en samen komen ze tot de conclusie dat een van schokdempers lek is. Goh!!! Maar gelukkig kunnen we wel verder rijden, alleen niet meer met dat moordende tempo van in het begin.

Onderweg komen we nog vlak langs de plek waar door geologen de oudste mens is gevonden, de Olduvai kloof. Volgens de Darwin-aanhangers is hier dus de mensheid ontstaan. Voor degene die het interesseert, ik dus wel een beetje, is het best apart om hier rond te rijden.

Na een mooie tocht door de hooglanden van Tanzania komen we na een paar uur aan bij de camping boven op de rand van de Ngorongoro-krater. Vanaf de camping hebben we een mooi uitzicht over de kloof. Enig nadeel is dat dit een erg populaire camping is waar dus erg veel back-packers komen om de kloof in te gaan. De camping op zich is bijzonder smerig, de toiletten zijn niets meer dan oude betonnen huisjes met een gat in de grond dat toegang biedt tot een nog veel groter gat waarin dus alle uitwerpselen van de mensen terechtkomen. Dit gat is echt erg groot; er zou wel iemand in kunnen staan, zo diep en breed dus!

Hier maken we goed mee hoe de cultuur van het land in elkaar zit. Omdat ik zelf nog niet helemaal hersteld ben van mijn kleine ‘buikgriepje’, besluit ik in de tent even te gaan liggen om een beetje muziek te luisteren, Karinne zit lekker voor de tent te lezen. Op een gegeven moment komt William richting onze tent en hij loopt daarmee vlak langs Karinne. Als hij in de ingang van de tent staat , vraagt hij mij of ik het goed vind dat hij even naar het dichtstbijzijnde dorp rijdt om daar de lekke schokdemper te vervangen! Kortom, de man is hier duidelijk de baas en de vrouw heeft hier echt he-le-maal niets te vertellen! Daar kunnen we hier in Nederland nog een voorbeeld aan nemen…………

’s Avonds eten we in de gezamenlijke eetzaal temidden van allemaal back-packers, waar Mrosso weer een aparte tafel voor ons geserveerd heeft. Gelukkig eet iedereen op deze manier; wij waren nogal bang dat die back-packers allemaal een stuk primitiever zouden eten en dat wij er een beetje de decadente toerist zouden zijn. Het is zelfs een soort van strijd voor de koks onderling om je ‘klanten’ zo goed te verwennen! Na deze wederom goede maaltijd drinken we met Mrosso nog een bakkie koffie in de eetzaal terwijl William in het dorpje blijft slapen waar de schokdemper vervangen zal worden. Hij zal zich morgenvroeg weer bij ons voegen.

’s Nachts blijkt dat er op en rond de camping veel ‘bush-pigs’ leven, in Nederland noemen we deze wilde zwijnen Penseelzwijnen. William heeft ons wel gewaarschuwd voor deze wilde zwijnen omdat ze onvoorspelbaar zijn. Hij zei zelfs dat hij liever had dat er leeuwen rond de tent lopen dan wilde zwijnen! Ze kwamen in ieder geval zo dichtbij dat we ze konden horen ademen door het tentdoek heen!

12 juni, Ngorongoro krater - Lake Manyara

William heeft zich nog voor het ontbijt weer bij ons gevoegd en na het ontbijt vertrekken we voor een gamedrive door de Ngorongoro-krater. Deze krater is ca 21 km in doorsnee en helemaal gesloten, waardoor er zich in deze krater een eigen ecosysteem heeft gevormd. De dieren kunnen namelijk niet in of uit de krater. Gevolg daarvan is ook dat er zich veel genetische afwijkingen onder de dieren bevinden, uiteindelijk zijn alle dieren rechtstreeks familie van elkaar in deze krater!

De weg in (en uit) de krater is erg steil en eenmaal in de krater kun je inderdaad mooi zien hoe de rand de krater omsluit. Op sommige plekken is het bovenop de krater 1600 meter boven zeeniveau! We zien meteen dat de krater erg populair is want als er iets te zien is, bijvoorbeeld een jagende cheetah, staan er binnen een paar minuten 7-8 jeeps dichtbij die cheetah; jammer! Maarja, wij staan er ook, dus wij doen net zo hard mee aan deze poppenkast. Daarnaast zien we weer de gebruikelijke gnoes, buffels en impala’s. Aan de rand van het zoutwater meer dat zich in het binnenste van de krater bevindt zien we flamingo’s grazen in het water.

Op een gegeven moment zien we 4 leeuwen die gezamenlijk een wat oudere buffel te pakken willen nemen.

Heel langzaam sluipen ze richting de oudere buffel die zich wat buiten de kudde begeeft. Het oudje heeft niets in de gaten maar de jongere buffels in de kudde zelf hebben de leeuwen al lang gezien. Alsof 1 van de buffels een seintje geeft, stormen ze op een gegeven moment op de leeuwen af en verjagen ze dus! Het is dus eigenlijk de omgekeerde wereld; het roofdier wordt hier opgejaagd door het prooidier!

Erg mooi om te zien en ook William vindt het prachtig; hij had al wel eens van andere gidsen de verhalen gehoord maar hij heeft nog nooit met eigen ogen mogen aanschouwen! Overigens leveren de buffels geen half werk! Zelfs als de leeuwen al bijna achter de horizon zijn weggejaagd, blijven de buffels ze opjagen en op een gegeven moment zijn ze zo ver weg dat we alleen nog een stofwolk in de verte zien als teken dat ze nog steeds opgejaagd worden!

Na dit tafereel gaan we op zoek naar de neushoorn, de enige van de ‘Big Five’ die we nog niet gezien hebben. Hier in de krater schijnt een kleine groep van neushoorns te leven en de krater is een van de weinige plekken waar je nog eventueel een neushoorn zou kunnen zien. Op de radio horen we dat er een neushoorn in de krater is gesignaleerd en we zijn op dat moment toevallig in de buurt. Al speurende zien we heel in de verte wel iets wat erop lijkt maar ook William is er niet zeker van of het ook daadwerkelijk een neushoorn is. Waarschijnlijk was het gewoon weer een olifant.

We besluiten dan ook om maar weer richting de uitgang van de krater te gaan want vanmiddag moeten we alweer richting Lake Manyara N.P rijden, waar onze volgende camping is. Bijna bij de uitgang zien we, nu wat dichter bij, weer iets dat op een neushoorn lijkt! Ik ga zelf boven op het dak van de auto staan en zo kan ik inderdaad de neushoorn zien met haar jong! Het is echter te ver weg om een fatsoenlijke foto ervan te maken of het te filmen. Het beest staat goed verscholen tussen het hoge gras en eigenlijk ben ik de enige van de 3 die het beest gezien heeft omdat ik zo hoog stond. Ik kon het beest echter duidelijk herkennen aan de grote neus! Ze blijft ook maar heel even in het zicht en even later loopt ze met haar jong achter een heuveltje en zien we haar niet meer. Maar goed, de ‘Big Five’ is in ieder geval compleet (voor mij tenminste).

Alleen jammer dat we er geen fatsoenlijke foto van hebben kunnen maken; we hebben dus geen waterdicht bewijs. Gelukkig zien we bij de uitgang van de krater een groot reclamebord staan met daarop een neushoorn…
De tocht naar de uitgang van de krater is een hele mooie, waarin we via vele haarspeldbochten naar boven rijden en een paar mooie foto’s maken van de krater. Vanaf de krater hebben we wederom een prachtig uitzicht over de hele krater.

Tijdens onze tocht naar de campsite bij Lake Manyara N.P. stoppen we halverwege nog in een dorpje waar Mrosso allerlei boodschappen doet; we hebben nu in ieder geval weer lekkere verse groente, eieren en vis. Wat hier heel gewoon is en wat in Nederland absoluut ondenkbaar is het feit dat ze de eieren en de (rauwe) vis niet gekoeld bewaren. In Nederland zouden we meteen de keuringsdienst van waren op ons dak krijgen, maar hier worden de eieren gewoon 4 dagen ongekoeld bewaard en persoonlijk hebben wij niet gemerkt dat ze verrot waren.

Na de stop in het dorpje is de volgende stop op een plek waar we een prachtig uitzicht hebben over Lake Manyara.

Hier komen we er ook achter dat onze spiegel-reflexcamera kapot is! Achteraf blijkt dat het er toch stof in het diafragmamechanisme terecht is gekomen waardoor de lamellen niet meer fatsoenlijk sluiten. Gelukkig hebben we onze digitale camera ook nog bij ons.

Eenmaal op de camping aangekomen, een paar kilometer buiten het dorpje waar we de verse boodschappen hebben gekocht, is er eindelijk weer eens een fatsoenlijk sanitairgebouw waar waarachtig ook nog een lekkere verwarmde douche is! Lekker hoor. Bovendien is er een apart keukengebouw waar Mrosso weer een heerlijk diner weet te fabriceren. Tijdens de schemering is er erg veel ongedierte in dit gebied, ’s nachts is het dan ook zaak om zo weinig mogelijk buiten de tent te komen.



13 juni, Lake Manyara - Tarangire N.P.

Na het ontbijt gaan we weer met z’n 3-en voor een gamedrive onderweg. Het blijkt dat Lake Manyara een zoutmeer is waar erg veel dieren leven. Langs de oevers van het meer is een regenwoud met de daarbij behorende dieren. We zien veel giraffen en een bepaalde soort olifanten die in dit gebied leven. Onderweg naar de oevers van het meer moeten we stoppen omdat er een grote familie bavianen in het regenwoud midden op de weg zitten. Hier staan we zeker een half uur gewoon te kijken hoe deze apen leven. We zien de hoe kleintjes donderjagen met elkaar en hoe de oudere beesten elkaar zitten te vlooien.

Bovendien zitten er in de bomen naast het bos zogenaamde ‘blue monkeys’, geen idee hoe die beesten in het Nederlands heet maar het zijn in ieder geval een soort van slingerapen met hele lange staarten die ook sprongen maken tussen de boomtoppen!

Eenmaal bij de oevers van het meer aangekomen hebben we een tijdje staan kijken bij een mooie plek met heel veel verschillende (water-)vogels en op de achtergrond weer een grote groep met nijlpaarden. Het blijft elke keer weer ongelooflijk om dit soort dieren van zo dicht bij te zien. In feite begeven we ons al 10 dagen in een lange documentaire, althans, zo voelt het wel!

De lunch hebben we bij een lunchplek ergens in het park. Heel typisch is het feit dat het toiletgebouw brandschoon is! William verteld dat de parkbeheerders een nieuwe voorzitter hebben die ze zelf weggekocht hebben bij een ander park. Deze voorzitter is de enige vrouw in dit wereldje, en een van haar speerpunten is om ervoor te zorgen dat de faciliteiten voor de toeristen goed voor elkaar zijn. We hebben het verschil heel goed kunnen zien als we dit vergelijken met de voorzieningen van de camping bij de Ngorongore krater!

Het is ook heel apart om te zien hoe elk park een eigen identiteit heeft; Lake Manyara N.P. is een heel mooi , rustig park waar, volgens ons, de dieren in een behoorlijke harmonie met elkaar samenleven. Als je naar de Serengeti kijkt dan kun je duidelijk zien dat het leven voor de dieren er een stuk harder is; het is daar echt ‘Struggle for live’ en dat zie je overal. We hebben in Lake Manyara N.P. bijvoorbeeld geen enkel karkas van een prooidier zien liggen, terwijl we die in de Serengeti behoorlijk veel hebben gezien.

Eenmaal terug op de camping blijkt dat Mrosso een paar ‘stagiaires’ op bezoek heeft. Deze jonge jongens moeten onder begeleiding de hele mik opruimen en in de 4wd pakken. Mrosso staat er echt als een soort van leraar bij te kijken en de jongens allerlei tips te geven over hoe ze dat het slimst kunnen doen.

Ons laatste National Park van deze 12-daagse safaritrip door Afrika is het Tarangire N.P. Dit park is berucht om de vele tsetse vliegen dier er leven. Dit lieve beestje, bij ons bekend als de blinde vlieg, is de overbrenger van de slaapziekte. De slaapziekte is een ziekte die absoluut dodelijk als je niet binnen 36 uur een soort tegengif krijgt. Ik moet eerlijk bekennen dat ik er wel een beetje zenuwachtig over ben. Voor die malariamug zijn we ingeënt, net als tegen de meeste andere ziektes die vooral voor westerse toeristen gevaarlijk zijn; maar tegen de slaapziekte bestaat geen inenting, het is heel simpel zaak om er zo snel mogelijk bij te zijn!

Maar het is niet alleen ongedierte dat hier de klok slaat, Tarangire N.P. staat ook bekend om de grote hoeveelheid olifanten die hier leven, en dat klopt absoluut! Meteen na binnenkomst zien we al meteen veel olifanten.

En dat niet alleen, ook zien we na een paar minuten ook al weer een luipaard, onze 2e dus! Onder aan de boom waar het luipaard in zit, heeft het beest een prooidier gelegd. Dit doen luipaarden om dan ’s nachts, het is immers een nachtdier, het dier op te eten. Onder aan deze boom ligt een wrattenzwijn (pumba). Het luipaard vind het eigenlijk maar niets dat er een 4wd met daarin 2 westerse toeristen staat te kijken naar hem (of haar) en gaat er vandoor. De volgende ochtend is het wrattenzwijn overigens wel weg.

Dit is overigens de eerste en achteraf enige avond dat het diner dat Mrosso weet te fabriceren niet zo lekker is! Hij heeft een of andere Braziliaanse beef uit een blikje en daar maakt hij dan een soort van macaroni bolognese van. Geen geslaagde combinatie en Mrosso merkt dit, vervolgens doet hij niets anders dan excuses maken voor het niet zo lekkere eten; wij zijn immers de baas! Ik persoonlijk geneer me daar een beetje voor en ook Karinne doet haar uiterste best om Mrosso ervan te overtuigen dat we het heel normaal vinden dat 1 van alle diners die hij gemaakt heeft niet zo geslaagd is. Onvoorstelbaar hoe onderdanig de beide heren zijn richting ons!




14 juni, Tarangire N.P

Vandaag blijven we de hele dag in Tarangire N.P. Mrosso heeft weer een lunchpakketje voor ons samengesteld en na het ontbijt gaan we op pad voor een tocht door het , volgens Mambo & Jambo in ieder geval, mooiste park dat we te zien krijgen op deze vakantie.

We zien weer erg veel zebra’s en olifanten. Als ik dat zo opschrijf, lijkt het net alsof het de normaalste zaak van de wereld is en dat het eigenlijk een beetje gaat vervelen, maar dat is dus absoluut niet het geval! Het blijft elke keer weer onvoorstelbaar om dit soort dieren van zo dichtbij te kunnen zien, horen en ruiken! We stoppen rond een uur of 14.00, als het op zijn warmst is, bij een soort van uitkijkpunt vanwaar we een mooi uitzicht hebben over een rivier. Op dit tijdstip van de dag komen hier heel veel dieren om het water van de rivier te drinken. Erg mooi om te zien hoe hele kuddes zebra’s massaal naar de waterkant rennen om daar te drinken.

Onze lunch hebben we op een soort van picknickplaats langs de rand van een groot moeras aan de zuidkant van het park. In het moeras loopt een groep met olifanten die zich net uitgebreid hebben gewassen in het water van het moeras, helaas zijn we net te laat om dit te zien. We zien alleen dat de olifanten nog helemaal nat zijn. Overigens kunnen we hier wel duidelijk merken dat we bij een moeras zitten; het stikt hier van het ongedierte!

Wederom zijn de toiletten hier brandschoon en William verteld dat de dame die de faciliteiten in Lake Manyara N.P. geregeld heeft, daarvoor ook in Tarangire N.P. aan het werk is geweest. En inderdaad, de toiletten zijn in de zelfde stijl gebouwd als bij Lake Manyara.

We hebben hier een erg mooie plek waar we vanuit onze tent zo over een mooie valei uitkijken waar vooral ’s ochtends veel olifanten doorheen lopen volgens onze gids. Ik heb William en Mrosso uitgelegd dat ik absoluut een keer in onze ‘sanitair tenten’ wil gaan douchen, dus die zetten ze ook op.

Vooral de douche-tent is gaaf; het is een tent van ca 2 meter hoog met daarop een ijzeren frame met een haak. Aan dit frame hangen ze een grote zwarte zak met water en een douchekop op met kraan. Door de zon wordt het water warm en met de inhoud van de zak kun je dan heerlijk douchen. Ik moet zeggen dat het wel heel apart als je in je ‘blote tokus’ jezelf staat af te drogen, terwijl in de boom naast je een neushoornvogel zit tezamen met een groep met allerlei dwergpapegaaien. Er zijn beroerdere plekken om je te moeten douchen! Ook is het heerlijk om me na 12 dagen weer eens een keer lekker te kunnen scheren! Dat zijn zo van die kleine dingen die je des te meer gaat waarderen.

Na deze douche-ervaring is het tijd voor ons laatste ‘safari-diner’. Mrosso was uiteraard als de dood dat het laatste diner ook niet lekker zou zijn, dus hij heeft extra z’n best gedaan om er wat moois van te maken. En uiteraard is het weer als vanouds!

Hij heeft zich vandaag erg uitgesloofd in onze ‘keuken’; ter ere van ons laatste diner heeft hij een taart als toetje gemaakt. Thuis hebben we daar een oven voor nodig en hij maakt het gewoon op een kolenvuurtje!

Tevens heeft hij een korte ‘speech’ voorbereid. Aangezien William niet zo’n spreker is, spreekt hij ook min of meer namens hem als hij zegt dat wij wel een speciaal duo zijn geweest. Het schijnt dat de meeste toeristen echt de toerist uit hangen en zich eigenlijk maar weinig met de gids en de kok bemoeien terwijl wij dat juist wel heel erg gedaan hebben. De afgelopen 12 dagen hebben we er heel wat af gelachen met z’n 4-en. Mrosso verteld ons dan ook dat hij niet echt het idee heeft gehad dat hij aan het werk was, maar eigenlijk voelde het voor hem ook een beetje als een vakantie aan. Het kan zijn dat hij dat tegen elke toerist zegt, maar wij hebben toch echt het idee dat hij het wel meent. Als hij toneel speelt dan verdiend hij in ieder geval een oscar voor deze rol!

Het is heel apart om te bemerken dat je in die 12 dagen toch een bepaalde band met 2 volkomen vreemde mannen op kunt bouwen. Je zit 24 uur per dag bij elkaar ‘op de lip’ en dan is het maar afwachten of het nog een beetje klikt. Als het niet klikt, kunnen die 12 dagen heel erg lang zijn.

Zelf hebben we ze allebei een fooi gegeven tezamen met de kaartjes die we in Narok gekocht hebben. In alle toeristische boeken die we vooraf gelezen hebben staat dat de gids meer fooi dient te krijgen dan de kok, maar wij hebben besloten om ze allebei evenveel te geven. Wij zijn van mening dat ze allebei evenveel toegevoegde waarde hebben gehad aan onze vakantie; William met zijn onuitputtelijke kennis van de Afrikaanse natuur en cultuur en zijn andere ‘gids-talenten’, Mrosso met de manier waarop hij ons bijzonder goed verzorgt heeft door heerlijk te koken en door zijn fantastische gevoel voor humor die hij met zijn gebrekkige engels, inclusief raar tanzaniaans accent, had. Overigens is het wel vreemd om die 2 een fooi te geven die voor ons eigenlijk niet zo gek veel voorstelt, maar die voor hen een klein fortuin is! Van de fooi kan de zoon van William bijvoorbeeld een derde van een jaar school betalen. Mrosso kan zijn deel mooi gebruiken om zijn droom waar te maken; ooit wil hij een restaurant openen in Arusha. En zo wordt het toch nog een beetje emotioneel, zo tijdens onze laatste donkere avond in Tarangire N.P………….















15 juni, Tarangire N.P. - Zanzibar

Omdat het onze laatste ochtend is blijven we een half uurtje langer in bed liggen en na wederom (het wordt een beetje eentonig, ik weet het) een uitstekend ontbijt, pakken we voor de laatste keer de hele mik in de jeep en gaan we op pad richting Arusha voor onze vlucht naar Zanzibar voor een paar dagen lekker relaxen op dit tropische eiland. We zijn nog geen 3 minuten onderweg als we langs een grote drinkplaats rijden waar vreselijk veel dieren bij elkaar zijn! Allemaal zebra’s, impala’s, gnoes en ander wild dat allemaal naar deze drinkplaats gekomen is. Het is net of de dieren ons nog een massaal afscheid willen geven, althans, zo voelt het wel een beetje! Achteraf bekeken is dit dus op een paar honderd meter van de plek waar wij onze tent hadden neergezet. Naast de bavianen die rond onze tenten liepen was er dus veel meer wild heel dicht bij, jammer genoeg komen we daar nu dus pas achter.

De tocht naar Arusha verloopt voorspoedig en onderweg zegt William dat hij heel erg snel een keer naar Rotterdam of Amsterdam wil komen. Jaja, denken wij nog, dat zegt ie ook zomaar. Eenmaal in Arusha aangekomen gaan we nog 1 keer samen eten in een Afrikaans restaurant met de naam “Amsterdam- & Rotterdamgarden”! Dat bedoelde hij dus met heel snel naar Rotterdam of Amsterdam te komen.

Na weer een uurtje rijden komen we aan op Kilimanjaro International Airport en is het moment om echt afscheid te nemen toch gearriveerd. Na een innige omhelzing nemen we aan zeker grenzend waarschijnlijk voorgoed afscheid van dit markante duo. Het was absoluut een onvergetelijke ervaring dat zich met geen enkele andere laat vergelijken! Het heeft ook geen zin om het met een andere vakantie te gaan vergelijken; appels vergelijk je toch ook niet met peren?

Om 15.10 gaat onze vlucht richting Zanzibar en na een mooie heldere vlucht van iets meer dan een uur landen we op Zanzibar Airport.

Tijdens de vlucht hebben we zitten fantaseren over het hotel. Hoe zou het zijn? Volgens de boeken is het een 3 sterren hotel en onderweg in de verschillende dorpjes kwamen we hotels tegen die hier in europa niet eens zouden mogen bestaan. We komen tot de conclusie dat we er maar niet al te veel van moeten verwachten, dan kan het alleen maar meevallen.

Op het vliegveld aangekomen staan we op onze koffers te wachten. Iets verder komt er een oud mannetje met een kofferwagentje aangelopen die voordat we ook maar een vinger naar onze koffers uit kunnen steken, onze koffers al op zijn wagentje gepakt heeft en voor ons uit loopt naar de uitgang van de hal. Eenmaal buiten staat onze taxi al klaar en inderdaad, het mannetje verwacht van ons een fooi! Ik geef hem een dollar fooi en hij laat duidelijk merken dat dat toch maar een karige fooi is. Helaas, van mij krijgt hij niet meer, hij mag blij zijn dat hij iets krijgt.

De taxi is een soort van busje met mooie fluwelen bekleding en airco! Als dit representatief is voor het hotel, dan kan dat hotel wel eens heel erg meevallen! Het hotel ligt iets ten noorden van Stone Town, de hoofdstad van het eiland en de tocht voert ons dwars door de stad. We zien de mooiere wijken maar ook de sloppenwijken. Het is hier echt totaal een andere wereld; Tanzania is een moslimland en hier in de stad merken we dat goed. Je ziet hier veel gesluierde vrouwen lopen en er zijn allemaal moskeeën.
Op een gegeven moment draaien we van de weg af, een oprit op en er gaat een grote poort open met een bewaker ervoor. De eerste indruk van het hotel is erg goed, het is goed verzorgd, de tuin ligt er mooi bij, zeg maar.

Eenmaal bij de receptie ligt alles al klaar voor ons en worden we naar onze kamer begeleid. Onze koffers mogen we absoluut niet zelf dragen; dat wordt voor ons gedaan. Leuke is dat het hotel hier geen fooi voor verwacht; wel hebben ze een centrale pot waar wij als toeristen aan het eind van onze vakantie dan een vrijwillige bijdrage in kunnen doen, die dan weer verdeeld wordt onder het personeel. Persoonlijk vinden wij dit een beter oplossing dan al die fooien. Beetje gênant is het echter wel dat onze zware koffers worden gedragen door een wat ouder, klein vrouwtje dat er zichtbaar erg veel moeite mee heeft. Toch mogen we het niet zelf doen!

Eenmaal op de kamer vragen we ons af waarom dit hotel maar 3 sterren heeft en geen 5, de maximale score! In een woord: geweldig! De kamer is erg groot, met daarop een lekker luierbankje, een groot hemelbed van volgens ons wel 2 bij 2.

Er hangt een grote roze klamboe over het bed tegen het ongedierte en midden in de kamer draait een grote ventilator. De badkamer is al net zo mooi met een fatsoenlijk toilet, een normale douche en als klap op de vuurpijl een groot ligbad! In de muur tussen de kamer en de badkamer zit een gat, in de vorm van een minaret met daarvoor een houten plaat, die kun je over een rails verschuiven en dan kun je al liggend in bad genieten van het uitzicht op zee. Tja, das net ff iets anders dan met je tentje kamperen in Tarangire N.P! Nadat we ons een beetje gesettled hebben in ons nieuwe ‘huisje’, hebben we allebei na 12 dagen weer eens een heerlijk douche gehad; niet gedacht dat dat zo lekker kan zijn.

Volgens onze reispapieren hebben we een arrangement waarbij we 2 maaltijden per dag niet hoeven te betalen. Mochten we alledrie de maaltijden bij een van de 3 restaurants bij het hotel willen nuttigen dan moeten we 1 van die 3 maaltijden betalen. Tegen etenstijd lopen we dus maar richting een van de restaurants om daar lekker te gaan eten, we hebben geen flauw idee wat we kunnen verwachten. Het blijkt behoorlijk chique te zijn en er is de mogelijkheid om te eten op het strand! Dat doen we dus maar.

Het eten is bijzonder goed, absoluut niet wat we verwacht hadden. Tussen de tafels op het strand zijn grote vuurkorven neergezet waar een gezellig vuurtje in knettert en we hebben uiteindelijk heerlijk gegeten. Enige nadeel is dat het hier op het strand stikt van de kleine vliegjes. Aangezien we allebei onze slippers aan hebben, worden we bijna leeggezogen op onze voeten en we hebben dus geleerd dat we de volgende keer de deet moeten gebruiken om niet meer leeg gezogen te worden..
Daarna volgt toch wel een van de vele hoogtepunten van deze vakantie; we gaan weer naar bed en nu niet meer in een Masaai- stretcher met bijbehoren gekleurde slaapzak, maar heerlijk in een fatsoenlijk bed met bedlakens. Ik kan me niet herinneren dat ik zo lekker geslapen heb! Het bed is overigens een typisch bed voor deze regio, het bed staat namelijk nogal ‘hoog op de poten’; dat is ontstaan vanuit vroeger, toen de slaven onder het bed van hun meester sliepen, zodat ze altijd in de buurt waren wanneer er nood aan de man was. Bijvoorbeeld wanneer de meester een glaasje water zou willen, ofzo…….. Het slaapt ondanks deze wetenschap toch wel erg lekker!!!

16 juni, Zanzibar dag 1

De bedoeling van deze kleine week op Zanzibar is dat we heerlijk uit kunnen rusten en de afgelopen dagen kunnen gaan verwerken, en dat doen we dan ook maar. We slapen heerlijk uit en genieten van een heerlijk tropisch ontbijt met een gebakken eitje, vers fruit en een paar heerlijke tosti’s in het restaurant. Daarna hebben we lekker op het balkon zitten relaxen; een beetje lezen, een beetje in het dagboek schrijven, een beetje puzzelen, kortom: heerlijk relaxed. Tussendoor zijn we nog even naar de receptie geweest om onze mailbox eens te bekijken en om te zien of er in de tussentijd nog iets van belang gebeurd is in Twente.

De lunch bestaat dit keer uit een heerlijke salade en na deze lekkere frisse lunch zijn we naar het strand gelopen. Het is een beetje eentonig maar ook hier hebben we weer heerlijk rustig aan gedaan; een frisse duik, beetje lezen, de oogjes even dicht en een beetje puzzelen.

Weer terug op de kamer nemen we maar weer een douche, waarna we weer naar het restaurant zijn gelopen en wederom van een heerlijk diner genieten hebben met een lekker flesje wijn. Deze keer hebben we niet op het strand gezeten, maar binnen. Nou ja, binnen, op de veranda onder een grote rieten dakconstructie en hier hebben we aanzienlijk minder last van die kleine bloedzuigende vliegjes. Of zou dat komen doordat we ons van tevoren al hadden ingesmeerd met deet?

Na het eten hebben we lekker lang op die veranda gezeten met onze wijn waarna we naar onze kamer zijn gegaan we maar weer in het geweldige bed zijn gekropen.

17 juni, Zanzibar dag 2

Over vandaag kunnen we kort zijn: zie gisteren. Nogmaals, het is de bedoeling om hier lekker uit te rusten van de afgelopen 12 dagen in de wildernis en dat doen we dan ook maar. Het wordt ons overigens ook niet moeilijk gemaakt om dat te doen, in dit kleine tropische paradijsje!

18 juni, Zanzibar dag 3

We zijn niet van plan om hier alleen maar uit te rusten en niet van ons resort weg te gaan; voor vandaag hebben we een excursie geboekt naar Stone Town, de hoofdstad van het eiland. De excursie hebben we geboekt bij de receptie en daar kregen we te horen dat we ons ’s ochtends bij de receptie moeten melden waar we opgehaald zullen worden.

Het blijkt dat er gewoon een taxi voor ons is geboekt die ons naar de stad brengt. Hij zet ons af in het centrum waar we opgevangen worden door onze gids voor vandaag. We beginnen de dag bij de oude slavenmarkt. Dit is een oud gebouw waarin we onder andere de oude kelders zien waarin de slaven zolang gepropt werden al wachtend op de eigenlijk markt. Ongelooflijk om te zien hoe deze mensen in die tijd behandeld werden; in de kelder kunnen wij zelf niet staan en in het midden loopt een soort van geul. In deze geul kunnen de slaven hun behoeften doen en 2 keer daags, als het hoogwater is, dan loopt er dus zeewater in die geul die daardoor dus schoonspoelt. Het komt dus ook wel eens voor dat het water hoger is dan verwacht en dan verdrinken dus alle slaven die er op dat moment in de kelder zijn!

Na deze indrukwekkende rondleiding lopen we de oude stad in; allemaal smalle steegjes met kleine winkeltjes en bazaars. Wat ook erg opvalt is dat de deuren van de huizen hier allemaal erg mooi bewerkt zijn, de deur is hier een statussymbool; hoe mooier en groter de deur, hoe hoger de status van de bewoner van het huis.

Ook brengen we een bezoek aan de markt in het midden van de stad. Hier in Nederland wordt er altijd een beetje panisch gedaan over het gekoeld bewaren van voedsel, wij hebben inmiddels wel geleerd dat dat iets typisch westers is; hier in Afrika denken ze daar heel anders over. Immers, als je het vlees bakt, bak je de eventuele bacteriën ook dood, toch? De markt bestaat uit 4 vleugels; 1 voor het fruit, 1 voor de vis, 1 voor het vlees en 1 voor kippen. In deze laatste vleugel lopen allemaal kippen en dan kun je er 1 uitzoeken, vervolgens vangt de handelaar die kip en slacht hem daar eigenhandig! Das ook net iets anders dan hier in Nederland. Overigens is kippenvlees het duurste van de vier, dat is eigenlijk alleen weggelegd voor de water beter gestelden van het eiland.

Ook brengen we een bezoek aan het Dow Palace Hotel midden in het oude centrum, een erg fraai en luxe hotel met een mooi zwembad. Daarna gaan we naar het Afrika House, een soort van museum met een tentoonstelling over het afrikaanse volk in het algemeen. Ook brengen we een bezoek aan het terras van het Afrika House op de 2e verdieping; een prachtig terras met heerlijke lounche-stoelen met uitzicht op zee. Lijkt me erg vervelend om hier de middag door te brengen.

Na een bezoek aan het House Of Wonders, ook een museum maar dan meer over de geschiedenis van het eiland Zanzibar, haalt de taxi ons weer op om ons terug te brengen naar het resort. Hier aangekomen zit er eigenlijk maar 1 ding op; zwemkleding uit de kast, handdoekje over de schouders en op naar het strand!

Na wederom lekker gedouched en gebadderd te hebben, lopen we weer naar het restaurant waar we wederom heerlijk gegeten hebben.


19 juni, Zanzibar dag 4

Voor vandaag hebben we een excursie geboekt naar de dolfijnen. We zijn hier een tikkeltje sceptisch over, want destijds in Australië hebben we ook ooit eens zo’n excursie naar de dolfijnen geboekt en dat was niet echt een daverend succes! Toch boeken we de excursie en we worden om 7.30 wederom door een taxi opgehaald die ons naar het zuidelijkste puntje van het eiland, Kimikazi Beach brengt. Daar gaan we met een klein vissersbootje de zee op om de dolfijnen te zien en bij rustig te zwemmen met de dolfijnen en te snorkelen.

De zee is echter bijzonder ruig vanwege de harde wind en het wordt al snel duidelijk dat dat zwemmen en snorkelen niet doorgaat. We gaan echter wel de zee op, op zoek naar de dolfijnen. Het duurt een tijdje maar uiteindelijk zien we ze dan toch; we zien een kleine groep die her en der rond het kleine vissersbootje opduiken en onder hen is ook een moeder dolfijn met een jong! Erg mooi om zo dicht bij deze dieren te kunnen komen! Ze zijn ook totaal niet bang voor ons en blijven een hele tijd in de buurt van de boot zwemmen.

Eenmaal weer terug aan land, krijgen we bij een soort van strandpaviljoen een lunch waarna we door de taxi teruggebracht worden naar ons resort.

Terug bij het resort zit er wederom maar 1 ding op: strand! Deze middag krijg ik (Armand) een heerlijke massage van een masseuse die hier mee adverteerd. Midden op het strand staat een rieten hutje waarin ze een grote masseertafel heeft staan en waar je heerlijk gemasseerd kunt worden. Kortom: allemaal lekker ontspannen!

Het verhaal voor de avond zal inmiddels al wel duidelijk zijn: douchen, diner, slapen!

20 juni, Zanzibar - Schiphol, Amsterdam

Vandaag is onze laatste dag van deze wonderbaarlijke reis en zeker een van de meest memorabele! Om 9.00 zitten we voor de laatste keer op de veranda met uitzicht op zee te genieten van een heerlijk ontbijtje,


waarna we naar onze kamer teruggaan. Tegen 10.30 hebben we de kamer een beetje netjes opgeruimd en zijn onze koffers gepakt. We melden ons bij de receptie waar we een tijdelijke kamer toegewezen krijgen; we worden namelijk pas tegen 15.00 door de shuttledienst opgehaald.

We besluiten, nadat we onze koffers naar onze tijdelijke kamer hebben laten brengen, om nog even lekker op het strand te gaan liggen. Tegen 13.00 nemen we voor de laatste keer een lunch, met uitzicht op zee in de Mchza Sportsbar. Eenmaal terug op de kamer nemen we allebei nog even lekker een douche en tegen 15.00 worden we netjes opgehaald door een shuttlebusje, die ons netjes naar het vliegveld van Zanzibar brengt. En daar begint de ellende…….

De hal van het vliegveld is eigenlijk niet veel meer dan een paar veredelde garageboxen aan elkaar en heeft nog van die ouderwetse weegschalen waar de koffers gewogen worden. Na een tijdje pal in de zon te hebben staan wachten, zijn we aan de beurt. De baliemedewerker pakt onze tickets aan en verdwijnt, met onze tickets, in een kantoortje om daar vervolgens niet meer uit te komen………


De paniek slaat wel een beetje toe, maar we vertrouwen erop dat dit heel normaal is en we besluiten dan maar, op advies van een ander medewerker, te gaan wachten in een bepaalde ruimte. Als we aan de beurt zijn, dan worden we wel omgeroepen, zegt ze. In die ruimte aangekomen, ontdekken we dat er helemaal geen speakers zijn om iemand om te roepen, maar goed, ook dat zal wel heel normaal zijn. Na daar een tijdje gezeten te hebben, wordt onze hoop op een goede afloop van deze vakantie toch steeds kleiner en we besluiten om eens te gaan informeren wat er precies aan de hand is, maar niemand kan / wil ons antwoord geven en pas op het moment dat ik dreig met achter de ‘balie’ te klimmen en onze tickets dan maar zelf uit het kantoortje te gaan halen, komt die gast die onze tickets aangenomen heeft zelf weer uit het kantoortje.

Hij legt ons vervolgens het volgende, in gebrekkig engels, uit. Het blijkt dat er 2 vluchten naar Nairobi zouden gaan vandaag, de eerste van die 2 vluchten is echter geannuleerd en ze hebben besloten om die 2 vluchten dan maar te combineren. Om het nog wat makkelijker te maken hebben ze besloten om dan maar een KLEINER toestel in te zetten, met als gevolg dat dat KLEINERE toestel overgeboekt is; hoe verrassend! We maken nu aan den lijve mee hoe het voelt om gediscrimineerd te worden, want alle ‘zwarten’ mogen wel mee met het toestel, maar de enige 4 blanken (waaronder wij dus) kunnen zgn niet meer mee. Na ons zijn er nog verschillende ‘zwarten’ op het toestel geboekt, maar dat zien ze gemakshalve maar door de vingers. Wij zijn in ieder geval, tezamen met een Canadees, tevens blank, stel op een andere vlucht gezet, die eerst naar Dar Es Salaam gaat, daar moeten we overstappen op een ander toestel dat ons naar Nairobi zal brengen en vandaar uit zullen we naar Schiphol vliegen. Maar dat weten wij op dat moment nog niet……..

Dan doet zich het volgende probleem voor: onze tassen moeten gecontroleerd worden. De tijd begint overigens te dringen, want over 50 minuten vertrekt dus onze vlucht naar Dar Es Salaam! De dienstdoende beambte vraagt of we onze koffers open willen doen om hem te controleren. Wij, als echte westerse toerist zijnde, hebben overal kleine slotjes en sjorbanden overheen gedaan om te voorkomen dat we allerlei zaken in onze tassen gepropt krijgen die we er niet in willen hebben. Het is dus een heel karwei om al die slotjes los te maken en halverwege het openmaken van de tassen zegt de beambte: “Je mag me natuurlijk ook een paar dollars geven, dan praten we nergens over…” Stomverbaasd geven we de man snel een paar dollars, die hij vervolgens zeer waarschijnlijk zal delen met de politieagent die achter hem staat, een ‘oogje dicht te doen’. Goed, we mogen verder.

Volgende probleem. Het blijkt dat wanneer je Tanzania verlaat (naar bijvoorbeeld Nairobi, wat in Kenya ligt) je een extra belasting moet betalen van 25 dollar en dat hebben we niet meer, we hebben die alleraardigste douanebeambte immers onze bijna laatste dollars gegeven. Lichtelijk in paniek zijn we aan het bedenken hoe we dit op moeten lossen. Plotseling komt er een andere beambte naar ons toe met de tip dat we dan net moeten doen alsof we in Tanzania blijven (Dar Es Salaam, bijvoorbeeld) want dan hoeven we maar 10 dollar extra belasting te betalen. En dat hebben we nog net. Kortom, ik ga vervolgens, met een hartslag van 276, knetterhard een ander douanebeambte voor liegen dat we in Tanzania zullen blijven en hoef dus maar 10 dollar te betalen. Daaaag, westerse integriteit!!

We zijn nu door de controle en we mogen dus door, inmiddels vertrekt onze vlucht over ca 25 minuten! Niets aan de hand, we hebben nog bijna een half uur……

Vervolgens komen we aan bij weer een controle en ja hoor, de beambte vraagt of we onze tassen open willen maken ter controle! Maar, we mogen hem ook een paar dollar geven, dan doet hij wel even tijdelijk zijn ogen dicht. Karinne dreigt hier een bijzonder grote fout te begaan door met de man in discussie te willen gaan over het feit dat hij toch gewoon betaald wordt om dit werk te doen; maar na een trap tegen haar schenen en de opmerking “Niet doen, gek, anders komen we hier helemaal niet meer weg!” toegesist te hebben gekregen, laat ze die discussie toch maar achterwege. Ik geef de allervriendelijkste beambte onze allerlaatste muntjes en uiteindelijk mogen we ook hier door. Ongelooflijk, hoe vriendelijk de mensen hier allemaal zijn ;-)

In de vertrekhal aangekomen, krijgen we eindelijk te horen, 15 minuten voor vertrek (!), dat we dus eerst naar Dar Es Salaam vliegen en we besluiten vooraan, met onze neus tegen de deur aan te gaan staan; als we maar zo snel mogelijk in dat vliegtuig terecht komen. Uiteindelijk sprinten we naar het toestel en we hebben onze gordels nog niet goed en wel vast of hij vertrekt al! Net op het nippertje dus! Toen we eenmaal in de lucht waren, hebben we van de stress en spanning wel even en traantje gelaten en we hebben dus het volgende geleerd: in dit soort landen moet je toch echt je westerse integriteit laten schieten, want anders hadden we zeer waarschijnlijk nu nog op Zanzibar gezeten!

Eenmaal in Dar Es Salaam besluiten we om dan maar snel even een ‘paar’ T-shillingen te gaan halen, je weet immers nooit of we nog meer vriendelijke beambten om moeten kopen. Gewapend met 150.000 shilling (ca € 75,=) wachten we in Dar Es Salaam op de volgende vlucht. Karinne staat mij niet toe om een fles Johnny Walker Blue Label te kopen; de fles kost in europa ca € 265,= , hier kost hij ca € 40,= ! want straks moeten we nog iemand omkopen! Bovendien kunnen we het geld straks wel weer bij het GWK inwisselen.

Deze vlucht verloopt probleemloos, er hoeft niemand omgekocht te worden, en we komen netjes op tijd aan in Nairobi waar onze ‘blauwe zwaan’ keurig staat te wachten. Mijn god, wat is het dan een emotioneel moment, om na zo’n lange en zware dag aan het eind van de gang, dat mooie blauwe teken van KLM aan de muur te zien. Nooit gedacht dat ik dat ooit nog zo mooi zou vinden……

De vlucht naar Amsterdam is vervolgens ook weer uitstekend en tegen het ochtendgloren komen we toch wel behoorlijk brak, aan op Schiphol. We pakken de trein naar Hengelo en op het station van Hengelo worden we opgehaald door Pa en ma en komt er een einde aan deze geweldige vakantie ;-( Klein hoogtepuntje is echter nog wel onze stop bij de verse bakker op het Esrein, waar we verse broodjes halen met kaas, heerlijk !