In de verte zien we Naabi Hill al liggen, hier is de uitgang van de Serengeti. Het rare is dat het niet aan de rand van het park ligt maar midden in. Als je eenmaal ‘uitgecheckt’ hebt, krijg je nog 1 uur de tijd om het park te verlaten. Naabi Hill is een heuvel van ca 100 meter hoog en vanaf de heuvel heb je een erg mooi uitzicht over de Serengeti. Bovendien leven op de heuvel zwermen Agapornissen! Het uitchecken duurt al met al ruim 1.5 uur en na nog een mooie landkaart van de Serengeti gekocht te hebben, vertrekken we richting de Ngorongoro-krater.Na Naabi Hill rijden we vervolgens nog bijna 45 minuten voordat we echt het park uitgaan. Eenmaal uit het park rijden we op een onverharde weg, waar allemaal dwarsriggels op zijn ontstaan; zo’n soort van wasbordje. Gek genoeg maakt William geen enkele aanstalte om minder snel te gaan rijden! En zo stuiven we dus met een vaartje van 90 km per uur over een weg waar we in Nederland niet veel harder dan stapvoets zouden rijden.
Na een poosje gaat William plotseling minder snel rijden, hij zakt af tot een ‘slakke-tempootje’ van ca 40 km per uur. Op een gegeven moment stopt hij en loopt rond de auto. Mrosso wordt erbij geroepen en samen komen ze tot de conclusie dat een van schokdempers lek is. Goh!!! Maar gelukkig kunnen we wel verder rijden, alleen niet meer met dat moordende tempo van in het begin.
Onderweg komen we nog vlak langs de plek waar door geologen de oudste mens is gevonden, de Olduvai kloof. Volgens de Darwin-aanhangers is hier dus de mensheid ontstaan. Voor degene die het interesseert, ik dus wel een beetje, is het best apart om hier rond te rijden.
Na een mooie tocht door de hooglanden van Tanzania komen we na een paar uur aan bij de camping boven op de rand van de Ngorongoro-krater. Vanaf de camping hebben we een mooi uitzicht over de kloof. Enig nadeel is dat dit een erg populaire camping is waar dus erg veel back-packers komen om de kloof in te gaan. De camping op zich is bijzonder smerig, de toiletten zijn niets meer dan oude betonnen huisjes met een gat in de grond dat toegang biedt tot een nog veel groter gat waarin dus alle uitwerpselen van de mensen terechtkomen. Dit gat is echt erg groot; er zou wel iemand in kunnen staan, zo diep en breed dus!
Hier maken we goed mee hoe de cultuur van het land in elkaar zit. Omdat ik zelf nog niet helemaal hersteld ben van mijn kleine ‘buikgriepje’, besluit ik in de tent even te gaan liggen om een beetje muziek te luisteren, Karinne zit lekker voor de tent te lezen. Op een gegeven moment komt William richting onze tent en hij loopt daarmee vlak langs Karinne. Als hij in de ingang van de tent staat , vraagt hij mij of ik het goed vind dat hij even naar het dichtstbijzijnde dorp rijdt om daar de lekke schokdemper te vervangen! Kortom, de man is hier duidelijk de baas en de vrouw heeft hier echt he-le-maal niets te vertellen! Daar kunnen we hier in Nederland nog een voorbeeld aan nemen…………
’s Avonds eten we in de gezamenlijke eetzaal temidden van allemaal back-packers, waar Mrosso weer een aparte tafel voor ons geserveerd heeft. Gelukkig eet iedereen op deze manier; wij waren nogal bang dat die back-packers allemaal een stuk primitiever zouden eten en dat wij er een beetje de decadente toerist zouden zijn. Het is zelfs een soort van strijd voor de koks onderling om je ‘klanten’ zo goed te verwennen! Na deze wederom goede maaltijd drinken we met Mrosso nog een bakkie koffie in de eetzaal terwijl William in het dorpje blijft slapen waar de schokdemper vervangen zal worden. Hij zal zich morgenvroeg weer bij ons voegen.
’s Nachts blijkt dat er op en rond de camping veel ‘bush-pigs’ leven, in Nederland noemen we deze wilde zwijnen Penseelzwijnen. William heeft ons wel gewaarschuwd voor deze wilde zwijnen omdat ze onvoorspelbaar zijn. Hij zei zelfs dat hij liever had dat er leeuwen rond de tent lopen dan wilde zwijnen! Ze kwamen in ieder geval zo dichtbij dat we ze konden horen ademen door het tentdoek heen!
No comments:
Post a Comment