Sunday, 17 February 2008

8 juni, Lake Victoria - Serengeti N.P.

Voor vandaag staat er een bezoek aan een echt tanzaniaans vissersdorpje op de planning waarna we door zullen rijden naar de Serengeti. Na het ontbijt rijden we richting het vissersdorp en onderweg pikken we de gids op. Het is een oud mannetje dat gebrekkig engels spreekt, maar wel goed genoeg om ons het een en ander te kunnen vertellen over het dorp waar we naar toe gaan.

Het dorp ligt aan de oevers van Lake Victoria, een van grootste meren van Afrika, en is een echt vissersdorpje. Hier komt pas echt de grote cultuurschok die we eigenlijk al eerder verwacht hadden! Als we aan komen rijden zijn we meteen een grote bezienswaardigheid. We rijden met onze 4wd tussen de lemen hutjes door richting de vissersmarkt. Helaas zijn we net te laat, de vangst is al voor het grootste gedeelte verkocht. Het is echt onvoorstelbaar hoe primitief deze mensen hier nog leven. De schuur die wij in Hengelo in onze tuin hebben gezet zou hier een villa zijn, er zouden waarschijnlijk 3 gezinnen in leven! Riolering is er zeker niet!
We gaan samen met de gids in een vissersbootje het water op naar de visnetten die de vissers ’s nachts uitzetten. De gids verteld ons dat de vissers soms dagen achter elkaar op het water doorbrengen, vooral de vissers die meerdere vallen hebben uitgezet. De vangst wordt meestal gekocht door grote visverwerkingsbedrijven die een eind verderop in Mwanza, een relatief grote stad in de omgeving, gebouwd zijn de laatste jaren.

Eenmaal terug in het dorp lopen we samen met onze gids naar een klein winkeltje waar we op zijn advies een grote zak met zuurtjes kopen. Als we weer uit het winkeltje komen staan de kleine kinderen uit het dorp al te wachten. In no time hebben we wel 50 kinderen om ons heen die allemaal een snoepje willen, en dat niet alleen, ook de ouderen willen wel graag zo’n snoepje. Ongelooflijk wat (in onze ogen) zoiets simpels als een zak snoepjes teweeg kan brengen.

Hierna lopen we verder door het dorp naar de bronnen waarvandaan de dorpelingen drinkwater halen. Onderweg hebben Karinne en ik allebei aan elk vinger minstens 4 kinderen hangen die onderling ruzie maken over wie er nu een van onze handen vast mag houden. We voelen ons hier eigenlijk een beetje schuldig voor onze welvaart; wij kunnen het ons veroorloven om een reis van enkele duizenden euro’s naar Afrika te maken terwijl de mensen in dit dorpje zich niet eens een zak met snoepjes kunnen veroorloven!

We maken hier ook bewust geen foto’s en film; we voelen ons er niet lekker bij om de ellende van de mensen in dit dorpje te ‘misbruiken’ voor ons eigen plezier. Het is al erg genoeg dat ze in deze omstandigheden moeten leven en wij voelen ons niet geroepen om daar dan ook nog eens een soort van attractie van te maken. We besluiten in ieder geval om, zo gauw we weer in Nederland zijn, iets te gaan doen met deze ervaring. Wat weten we nog niet, maar we laten dit niet zomaar voorbij gaan zonder er iets mee te doen.

Ook brengen we nog een bezoek aan de ‘medicijnman’ van het dorp. Het is echt zo’n medicijnman als je verwacht bij het begrip medicijnman in een Afrikaans dorpje. Ondanks het feit dat er in Mwanza wel een soort van ziekenhuis is, gaan de mensen van dit dorpje allemaal naar deze medicijnman. Bovendien is het voor deze mensen niet te betalen om naar een ziekenhuis te gaan.

Het blijkt dat onze gids een soort van klein museumpje aan de kant van de weg heeft, waar we een stuk geschiedenis van dit land kunnen zien. Daarnaast zit er in de boom bij het museumpje een heel apart vogelnest, Het nest is bijna 2 meter hoog, breed en diep en bevat een heel gangenstelsel met aparte kamers. Het blijkt het nest van een Hamerkop te zijn, de favoriete vogel van Mrosso. Het vervelende is echter dat de Hamerkop nadat hij het nest had afgemaakt, weggejaagd is door een grote uil die nu dus een riant ‘appartement’ bezit. Mrosso windt zich hier echt over op en wil de uil wegjagen, zodat de Hamerkop er weer in kan!

Na deze bijzonder ochtend rijden we verder in de richting van de Serengeti-woestijn. Volgens de papieren gaan we hier kamperen op een zgn. ‘Special Campsite’. Een afgelegen kampeerplaats zonder enige voorzieningen en waar we dus ook helemaal alleen zullen staan, totaal verlaten van de bewoonde wereld. We zijn benieuwd!

Nadat we ons gemeld hebben in het park bij de parkwacht, blijkt dat de special campsite zo speciaal is dat degene die op dat moment dienst heeft, niet weet waar de campsite precies is en we zullen dus moeten wachten tot er iemand komt die de plak wel weet te vinden. William stelt voor om in de tussentijd de omgeving maar even te gaan verkennen.

Helaas zien we tijdens deze korte game-drive niet zo heel veel behalve krokodillen en nijlpaarden; dit komt volgens William doordat het midden op de dag is. Het is dus ook het warmst van de dag en de dieren rusten dan meestal, vandaar dat we niet zo veel wild zien. Eenmaal terug bij de parkwacht blijkt dat degene die wel weet waar onze campsite is, helemaal van de ander kant van het park moet komen. En dat is niet zoals in Nederland, het Serengeti park is ongeveer de helft van Nederland en heeft geen A1 of andere goed begaanbare wegen. In samenspraak met William en Mrosso besluiten we dan ook om dan maar niet naar de special campsite te gaan en gewoon naar de centrale camping vanwaar we eigenlijk alle kanten opkunnen en dus het gehele park kunnen bekijken.

Onderweg naar deze camping zien we alvast een voorproefje van de grote trek van de gnoes. De beesten verzamelen zich in de loop van de tijd op de laatste overgebleven groene weiden en wanneer die dan ook niet voldoende voedsel meer leveren trekt de kudde gnoes achter de regen aan op naar de volgende groene weide. We praten dan niet over een kudde zoals wij hier in Nederland een kudde koeien zien, maar over een kudde van in sommige gevallen wel 2 miljoen van die beesten! Helaas voor ons is ook hier het klimaat van slag en zijn er nog niet echt grote verzamelingen gnoes gezien in het park en zullen we dus in de komende dagen op zoek moeten naar een grotere kudde.

Ook zien we nog een nijlpaard op het droge en een groep gieren die bezig is om vakkundig een dooie gnoe te ontleden. We komen er al snel achter dat de natuur hier een stuk harder is dan in de Maasai Mara. Het is hier veel meer een ‘struggle for live’ voor de dieren en planten door het karakter van het park.

Eenmaal op de camping aangekomen zet Mrosso wederom helemaal alleen de tent op en mogen we hem wederom niet helpen met het opzetten. Na het eten kletsen we nog wat en gaan we weer lekker op tijd onder de Maasai wol.

0 comments: